Daniel banner.png

Adrian-Fernandez-To-be-or-To-Pretend-series.jpg

Zanele banner.png

Fen de Villiers banner 1.png

The Importance of Being banner.png

About print

EEN TAMELIJK BEWUSTE KEUZE

Piet Goethals fotografeert het meest met een toestel dat zich 90 cm boven de begane grond bevindt. Om dat te doen moet hij op zijn knieën zitten, of in een lage zetel. Zomaakt hij zijnmodellen groter.Niet veel, een beetje. Dit is geen kikvorsperspectief, eerder buikperspectief. Vanuit dit standpunt toont hij meer lucht en muren, en minder grond. Niet altijd, meestal. Piet Goethals is een ervaren fotograaf, als hij op diemanier fotografeert is dat een bewuste keuze. Enfin ja, tamelijk bewust.Het is de uiting van een specifieke manier van kijken, voelen en denken.

Er is meer. De filmmensen in zijn foto’s kijken meestal in het objectief. In feite keken ze naar de fotograaf die achter het objectief zit. Uiteindelijk is het alsof ze naar de kijker kijken. Dat is lichtjes confronterend. Het maakt een foto boeiend en brengtmet zichmee dat de gezichtsuitdrukking duidelijk te zien is. En die is serieusmaar ook gespeeld. Een beetje zoals in het theater: gespeeld-serieus. Soms lijkt het alsof demensen in beweging zijn,maar we zien meteen dat die beweging een gerepeteerde beweging was, een korte komedie. Het is poseren. Dat is niet moeilijk, filmmensen zijn het gewoon.
 
Poseren is meewerken aan de foto. De foto is dan niet alleen het werk van de fotograaf maar tevens het resultaat van een klein complot. Iemand die zich ter beschikking stelt voor een korte eeuwigheid. Die houding toont niet alleen de visie van de fotograaf maar tegelijk ook de relatie tussen de fotograaf en zijn modellen. En die relatie is – onder andere – gespeeld serieus.

Piet Goethals toont het zichtbare en het onzichtbare. Fotografie is letterlijk oppervlakkig. Een foto toont nietmeer dan de buitenkant. Een portret dringt niet dieper dan de opperhuid en buitenste kleren. Veel blijft onzichtbaar, ook de derde dimensie, de geur, het geluid en de voelbaarheid, de emoties van het moment of de melancholie van het seizoen. Foto’s zijn per definitie weinig: dunne laagjes beeld op papier, ze bestaan slechts in twee dimensies binnen de lijnen van het kader en een belachelijk korte tijd.

Maar Piet Goethals heeft er iets bijzonder op gevonden. Letterlijk binnen het kader van die twee dimensies slaagt hij erin om een element te brengen dat het onzichtbare zichtbaarmaakt.Niet helemaal,maar toch.Hij doet dit via eenmetafoor: de dingen in de achtergrond. Bij zijn foto’s is het decor niet een toevallige aanwezigheid.Het is als het koor bij het klassiek theaterstuk, het koor dat de gemoedstoestand van de protagonist scandeert en hemtegelijk besprenkelt met geuren en muziek.

Het decor bestaat niet alleen uit de materiële dingen die een naam hebben, het interieur van een café ofwassalon, een radio uit de fifties of een gigantisch uurwerk. Het is clair-obscur, scherpte en troebelheid, kleuren en grijs, beweging, diepte, dimensie en een zogezegd toevallige voorbijganger. Ik doe geen moeite om deze decors te omschrijven, omdat ze onbeschrijfelijk zijn. Het zijn complexe beeldelementen die verwijzen naar beelden die we kennen en –meestal onbewust – opgeslagen werden in ons beeldgeheugen.
 
Zo komen we tot de kern bij het werk van Piet Goethals: zijn foto’s zijn variaties op de herkenbaarheid. Iedereen die met open ogen in dit land leeft, kent demensen van de foto’s.Meer nog, dezemensen bevinden zich in een herkenbare omgeving.Het zijn niet de ruimtes in hun geheel die herkenbaar zijn, het zijn de duizenden elementen in die ruimtes die associaties opwekken.

Ik herken het huis van Alex Callier niet,maar wel de stoel waar hij op zit, de schoenen die hij draagt en het stopcontact in de achtergrond. Ik paste nooit kleren in de ruimte waar Koen De Bouw doende is, maar ik heb heerlijke herinneringen aan een been en een voet zoals dat been en die voet rechts in de voorgrond. Al deze elementen vormen associaties. Ze creëren een foto diemeer toont dan er te zien is, een foto van leven, hier in deze tijd.

Piet Goethals (°Gent 1959) kreeg van zijn ouders de raad geen filmschool te volgen in Vlaanderen. Hoogstens in Londen. Het werd Germaanse filologie in Leuven. In zijn geval was dat: uitgaan en buizen. Uiteindelijk werd het Gent. Germaanse filologie en kunstgeschiedenis aan de universiteit, fotografie aan de academie. Hij maakte een thesis over ‘fictie en realiteit in de film’. Piet Goethals dook in de film. Schrijven en fotograferen werd er een onderdeel van. Hij schreef voor Film en Televisie, maakte recensies voor de vrije radio en de Skoop, recenseert onder andere bij De Morgen en Focus Knack, interviewde en fotografeerde de mensen van de film in Cannes en Rotterdam en zag wel eens meer vijf tot zeven films per dag. Zijn interesse ging naar de donkere films, het Duitse expressionisme en de film noir, maar ook naar die van Japan en Zuid-Oost Azië: Ozu, Mizoguchi, Oshima, Tsukamoto, Tsai Ming-liang, Hou Hsiao-hsien, Wong Kar-wai en in het westen: Antonioni, Dreyer, Angelopoulos, Tarkovski, Cassavetes en David Lynch – plus ook nog hedendaagse dans en theater: Butoh, Pina Bausch, Meg Stuart, Needcompany, het Kaaitheater…

Het is nietmoeilijk omte zien dat Piet Goethals een complexe artistieke visie heeft. Aan de ene kant heeft hij een voorkeur voor de ziekelijke, neurotische dynamiek in bijvoorbeeld het werk van Zulawski en Cassavetes, voor de expressionistische films en de schilderijen van Goya en Grünewald en tegelijk blijf hij gefascineerd door de geraffineerde beeldcomposities uit het Verre Oosten met hun diepe melancholie. Deze tegenstelling is vruchtbaar. Het maakt zijn waarneming intenser, het gamma van de belevenissen groter.Het brengt met zich mee dat hij recensies kan maken in een bredere context, over de grenzen van de verschillende kunstdisciplines.
 
Dit boek wil hijmaken in volle vrijheid, ook voor zichzelf en als een cadeautje voor de mensen. Hij was altijd al met cinema bezig. Maar dit boek gaat niet alleen daarover, een boek over cinema is bijna een contradictio in terminis.

De Vlaamse filmwordt hier wel voorgesteld,maar het boek gaat over veelmeer, het gaat ook over Vlaanderen en de architectuur waarin we leven, het gaat ook over herkenbare emoties, de donkerte en het gestileerde, over theater en de expressiemogelijkheden van een lichaam,maar het gaat vooral over Piet Goethals, een grote man, met wilde krullen.

Johan De Vos

link twitter link linkedin link blog artUI